Product was successfully added to your shopping cart.

< Terug


Intel Xeon of Intel Core: kies de juiste processor voor je workstation

Voor een workstation met Intel Inside zijn er twee relevante processorfamilies: Intel Core en Intel Xeon. Core ken je van consumentenlaptops en -desktops. De familie is onderverdeeld in drie belangrijke subcategorieën met recent nog een vierde variatie. Onder Core i3 wonen de lichtste processors, Core i5 zit in het midden en Core i7 staat synoniem met prestatie. Sinds 2 jaar bestaat ook de Core i9. Onder dat label vind je speciale cpu’s met buitengewoon veel rekenkernen. Onder de Xeon-familie schuilen alle professioneel georiënteerde cpu’s van Intel, inclusief exemplaren voor servers, datacenters en zelfs supercomputers. 

Zoek je naar een nieuwe laptop of desktop om mee te werken, dan is Xeon enkel een optie in de hogere prestatieregionen. Zolang je verwachte workload in de lijn ligt van kantoorwerk, eventueel met zware spreadsheets, fotobewerken en occasionele videobewerking, dan hoef je eigenlijk niet te investeren in meer dan een Core i5-processor.

Rekenkernen

Het wordt pas echt interessant wanneer je een systeem zoekt om 3D-modelling of zware videobewerking op te doen, inclusief het renderen van video- of 3D-bestanden. Voor dergelijke workloads heb je een zware processor nodig die niet alleen snel werkt, maar ook veel simultane bewerkingen kan maken. Zeker wanneer je wil renderen is het aantal rekenkernen van belang. Hoe meer, hoe beter is hier de vuistregel.

Vroeger betekende dat automatisch dat je voor Xeon moest kiezen voor een krachtige render computer maar vandaag heeft Intel ook onder de Core-familie heel wat processors met 8, 12 tot zelfs 18 rekenkernen. In de eerste plaats dien je te kijken naar het type workload dat je draait, en de prestaties die je daarvoor nodig hebt. Voor een rendercomputer is zoals gezegd het aantal kernen heel belangrijk, terwijl je voor andere toepassingen beter een processor met minder rekenkernen, maar een hogere kloksnelheid per kern kiest.

Xeon vs Core

Omdat de Core- en Xeon line-ups zo overlappen, is de kans echter groot dat de workstation die jij op het oog hebt in zowel een Core- als een Xeon-configuratie komt die erg gelijkaardig is. Waarom zou je in dat geval voor Xeon kiezen?

Geheugen

Eén van de belangrijkste verschillen heeft te maken met het type geheugen dat ondersteund wordt. Zowel Core als Xeon kunnen overweg met DDR4, maar enkel Xeon-chips zijn compatibel met zogenaamd Error Correcting Code (ECC)-geheugen. ECC-RAM is in staat om de meest voorkomende fouten die binnen DDR-geheugen kunnen voorkomen te detecteren en te corrigeren voor ze zich voordoen. Corrupte data in het geheugen is een voorname oorzaak van systeemcrashes. Vaak doet het euvel zich niet voor, maar als jouw workstation zware mission critical taken moet uitvoeren, is iedere crash er één te veel. In dat geval is de keuze voor Xeon en EEC-geheugen aangewezen.

Teamwork

Core-chips zijn geen teamspelers. In een Core-systeem vind je één procesor die al het cpu-werk voor zijn rekening neemt. Xeon-chips zijn wel in staat om als onderdeel van een uitgebreider geheel te functioneren. Met het juiste moederbord kan je twee (of meer) Xeon-processors in één computer stoppen en zo prompt het aantal rekenkernen verdubbelen. De dubbele rekencapaciteit zal erg voelbaar zijn voor workloads waarbij parallel rekenwerk centraal staat.

Uithoudingsvermogen

Xeon-chips zijn in theorie beter voorzien op intens gebruik. Je kan ze non-stop laten zwoegen, zonder dat ze het onder de druk zullen begeven. Bij Core-processors heb je een dergelijke garantie niet, al is het niet zo dat Core-chips er wel snel de brui aan geven onder hogere werklasten.

Cache

Xeon X-chips hebben doorgaans iets meer L3-cachegeheugen, zeker vergeleken met ‘gewone’ Intel Core i7-processors. L3 cache is supersnel geheugen dat mee op de processorchip zit. De processor haalt zijn opdrachten uit de cache, om zo snel onafgebroken te kunnen rekenen. Is de cache kleiner, dan is de kans groter dat de volgende instructie niet klaar zit. Die moet dan helemaal uit het systeemgeheugen komen. Dat duurt aanzienlijk langer, en in de wachttijd kan de rekenkern van de cpu niets doen. Een hoge cache hitrate vertaalt zich in voelbaar betere prestaties. Hoe groter het cachegeheugen, hoe kleiner de kans op misses, en hoe sneller je systeem werkt.